Recent onderzoek naar honden in de pubertijd

Er zijn op internet legio artikelen te vinden die je adviseren hoe met je ‘tienerhond’ om te gaan, maar tot nu toe is er weinig wetenschappelijk gedocumenteerd over gedragsveranderingen bij honden in de pubertijd.

Een nieuw onderzoek van Lucy Asher et al. (2020), bevestigt wat veel hondeneigenaren en –professionals reeds lang vermoedden: honden hebben tijdens hun pubertijd een periode van verminderde gehoorzaamheid richting hun eigenaar. De studie benadrukt ook een fascinerende interactie tussen de puberteit bij honden en het soort gehechtheid dat de hond toont aan hun baasje.

Adolescentie bij honden

De relatie tussen eigenaar en hond vertoont veel overeenkomsten met de relatie tussen ouder en kind, omdat deze is gebaseerd op vergelijkbare gedrags- en hormonale bindingsmechanismen. De puberteit zal in het bijzonder de dynamiek tussen hond en eigenaar beïnvloeden vanwege de concurrerende verlangens van de puberhond om bij hun menselijke familie te leven én om op zoek te gaan en zich voort te planten met het andere geslacht.

Door een groep geleidehond-puppy’s gedurende hun eerste levensjaar te volgen, onderzochten het team van Asher et al. (2020) of relaties tussen honden en eigenaren op specifieke manieren gelijk zouden zijn aan ouder-kindrelaties.

Door dit onderzoek is aangetoond dat honden tijdens de puberteit (rond de leeftijd van acht maanden) meer conflictgedrag vertonen, gekenmerkt door een verminderde gehoorzaamheid. Belangrijk is dat deze verminderde gehoorzaamheid alleen wordt gezien in hoe de hond zich gedraagt ​​tegenover hun eigen verzorger.

Net zoals blijkt uit onderzoeken naar ouder-kindrelaties op dit moment, vertoonden honden die een meer zekere/stabiele gehechtheid aan hun verzorger hadden, een mindere ongehoorzaamheid. Een onzekere hechting (gekenmerkt bij honden door een grotere vraag naar aandacht en een afkeer om alleen gelaten te worden) bracht de minste kans op gehoorzaamheid tijdens puberteit.

In een laatste parallel met de menselijke biologie, werden vrouwelijke honden eerder reproductief volwassen (lees: loops) als ze een meer onzekere gehechtheid aan hun verzorger(s) hadden. Deze bevindingen suggereren de mogelijkheid voor invloed van de mens-dier-band op de reproductieve ontwikkeling van dieren en benadrukken de adolescentie als een kwetsbare tijd voor de relatie tussen hond en eigenaar.

Misschien wel het belangrijkste om op te merken voor hondenbezitters is dat deze gedragsveranderingen een voorbijgaande fase waren. Tegen de tijd dat honden 12 maanden oud waren, was hun gedrag teruggekeerd naar hoe ze waren vóór de puberteit, of in de meeste gevallen was het verbeterd.

Bij honden lijkt het, net als bij mensen, dat tienergedrag bestaat, maar niet blijvend. Dit is cruciaal voor elke nieuwe hondenbezitter om op de hoogte te zijn, want helaas is de adolescentie de piekleeftijd waarop honden worden achtergelaten en in dierenasielen terechtkomen. Het is ook uitermate belangrijk dat eigenaren hun honden niet straffen voor ongehoorzaamheid of op dit moment de hond ‘het zelf uit laten zoeken’. Juist omdat probleemgedrag dan op de lange termijn waarschijnlijk verergert, zoals bij mensen ook het geval is.